Improv

11 juni 2018
by Ink
Reacties uitgeschakeld voor Kiezen voor moed.

Kiezen voor moed.

Kan ik dit? Een gesprek begeleiden tussen 2 collega’s die in een geëscaleerd conflict zitten?
Een kant van mij zegt : “Natuurlijk kan je dat. Bevragen, duiden, vertalen, erkennen en verkennen is jouw vak. Dit is enkel een andere vorm”. Kant 2 zegt: “Daar moet je eigenlijk mediator voor zijn (dat ben ik niet). Dit is een crisis die jij –Ink- wel goed moet begeleiden, want anders maak je het erger”. Kant 1 en 2 bestoken elkaar met argumenten.

Ik zit in een innerlijke dialoog voordat ik de bewuste collega’s met elkaar in gesprek laat gaan.
Dat ik ervoor kies om het gesprek wel aan te gaan betekent dat kant 1, ‘de moedige’, wint boven kant 2 ,‘de angstige’.
Ik wil de collega’s met elkaar in dialoog brengen, omdat a. ik denk dat er nu iets moet gebeuren, b. hiervoor gevraagd wordt door een leidinggevende die het ook even niet meer weet en c. nieuwsgierig ben naar wat er nu speelt.

In conflictsituaties is moed essentieel. Moed balanceert voor mij tussen kwetsbaarheid en lef: jezelf laten zien, laten raken terwijl je ook gaat staan voor wat voor jou van belang is.

De laatste Dag van de coach ging geheel over Moed. @Tica Peeman (Vis trainingen) gebruikt hierbij de cirkel van 8.
Zit je in een DIP of ga je voor de KIK? 
Vanuit de beschrijving van de leidinggevende herken ik het ‘ondergedrag’ van betreffende collega’s.
Mijn doel voor het gesprek is om hen te stimuleren om in de bovenste cirkel te gaan staan.

Beide collega’s in dit conflict vertonen sowieso grote moed door in gesprek te gaan.
Ze erkennen de crisis, vinden het heel naar dat ze hierin terecht zijn gekomen en willen er iets aan doen.
Ik complimenteer hen hiervoor en uit mijn vertrouwen dat dit gesprek de eerste stap is waardoor ze samen uit de ongewenste situatie komen.

Vanuit mijn eigen behoefte aan controle wil ik starten met een structuur: als eerste vraag ik welk resultaat eenieder hoopt te behalen met dit 3-gesprek.
Collega A benoemt kort iets en licht direct toe wat er volgens haar aan de hand is. Ik onderbreek , want wil van collega B eerst diens doel horen.
Collega A zegt: “Als ik hier mijn verhaal niet kan doen weet ik niet of ik hier wel wil zijn”.
Okee… ik schrik even van de boosheid die hier uit spreekt, heroverweeg en beweeg mee. Ik erken deze behoefte en laat verdere ‘regelgeving’ na (waaronder de afspraak ‘laat elkaar uitspreken’*)

Wat zijn deze collega’s moedig als ze in dit gesprek:
– zichzelf laten zien en horen
– de regie aan een ander, mij, een onbekende, geven
– erkennen dat je iemand met jouw gedrag, onbewust en ongewild, kwetst
– erkennen dat je iets niet weet/ foutief zag / er moe van bent om…
– zien dat de ander wel degelijk een positieve intentie heeft
– benoemen wat je waardeert in/ van de ander
– verantwoordelijkheid nemen voor het probleem, het proces en de oplossing

Mijn taken in deze zijn vooral gespreksmatige actie (het aloude LSD en veel erkennen, bevestigen, uitnodigen) en procesgericht interveniëren.
Ik wijs er op als een oude koe opgerakeld wordt, een veroordeling klinkt of iets niet (h)erkend wordt.
Hierbij geef ik de dames ook ‘een kontje’: “Allez hop, naar de bovenkant van de cirkel”.

Mijn eigen moed schiet even in mijn schoenen als de een heel boos is en de ander in tranen, en ze beiden vervolgens verwachtingsvol naar mij kijken. Oei: de bal wordt naar mij gespeeld.
Ik zeg hardop: “Zo, dit vind ik spannend. Wat nu te doen?”
Dit wordt opgepakt als ‘dit gebeurt vaak tussen ons en dan weet ik het niet ook meer’. Waarna het gesprek daarover verder kan. De collega’s nemen de verantwoordelijkheid.

Ze zijn goed aan het werk. Er komt , op een soms pijnlijk duidelijke manier, openheid.
In het vuur van het gesprek roept collega B op een gegeven moment: “Nu onderbreek je me weer: dat doe je vaker. Ik kan zo niet uitpraten”.
Oh ja… (* dat was die vooraf bedachte maar niet afgesproken regel. Die nu effectiever wordt neergezet, want de opmerking komt uit directe ervaring en van de collega i.p.v. de gespreksleider).

Op een gegeven moment vraag ik naar ideeën en kunnen beiden aangeven wat ze voor zichzelf als andere mogelijkheid zien.
De collega’s maken een aantal praktische afspraken en geven aan na een maand te evalueren. Als het nodig is vragen ze mij er weer bij, maar momenteel hebben ze het vertrouwen dat ze het zelf kunnen. Daar zijn we alledrie content mee. Het geeft een KIK.

En nu komt het hier op mijn moed aan. De workshop die ik bij Tica Peeman op de Dag van de coach volgde was ‘lef om te ondernemen’. Dat heb ik zelden. Dat durf ik hier te zeggen. Ik ben nogal lui en ik ben geneigd me wat bescheiden op te stellen.
Ik weet dat ik een uitstekende trainer en coach ben. Maar ik vind het lastig om mezelf te profileren, te promoten.
Zoals Tica aangeeft heb ik de belemmerende overtuiging dat “mensen vanzelf wel naar me toekomen als ik heel goed ben in mijn vak”. Dit is gelukkig ten dele waar (zie voorbeeld), maar daarmee wordt mijn agenda niet vanzelf gevuld.
Hoe weten ,andere, organisaties dat ze mij ook voor dit soort procesbegeleiding kunnen vragen? Ik moet me meer laten zien op social media.

Ik schrijf mijn moed bij elkaar, en zie hier dit blog.

En jij: hoe ben jij moedig als professional? Welke belemmering moet je daarbij overwinnen? 
Ik hoor het graag.

Ink van der Horst begeleidt met veel plezier mens en organisatie bij veranderingsprocessen: als trainer, coach of procesbegeleider. www.improv.nu.

 

 

24 juni 2015
by Ink
Reacties uitgeschakeld voor Humor-kun-de-leren.*

Humor-kun-de-leren.*

Wij willen humor

Keileuk.

Ik heb t al eerder gezegd en geschreven:
van de 3 basisvaardigheden die je nodig hebt om een goede provocatieve coach te worden
roept “humor” het vaakst de reactie op ‘dat heb je of dat heb je niet’.

Mensen zeggen regelmatig tegen me ’jij hebt humor’.
Dit komt vooral doordat ik van veel zaken het komische/absurde zie/begrijp wat maakt dat ik snel en vaak lach.
Ik ben een goede humor-consument.  Ik verwerk het met plezier.

Als ik daarintegen iets zeg in de trant van “ik zie het al voor me….” of ik benoem hoe tegenstrijdig ik het vind dat iemand met een strak gezicht zegt :’met mij kan je alle kanten uit’ , dan maak ik plezier (humor produceren).
Ook dit doe ik veelvuldig, ik flap er uit wat in me opkomt.

Heb ik dit van nature? Mmmjwah…. daar zit toch een hoop nurture bij.
Ik groeide op in een gezin waar vriendjes direct getest werden of ze tegen een geintje konden bijvoorbeeld. Zo niet, afgekeurd!
Ik heb humor dus geleerd.

Dus voor wie er behoefte aan heeft om humor te ontwikkelen, bij deze het Humor Stappenplan….
Humor kun- de- leren 1. Serieus!
Ga voor jezelf eens na:
* Ben je eerder een consument of een producent van humor?
* Hoe hoog is je lachdrempel op een schaal van 1-10? 1= lage drempel, je lacht snel.
* Wat levert humor -consumeren of produceren – je op?
* Welke vormen van humor gebruik je het meest?

Denk aan: letterlijk nemen, herhaling, taboe doorbreken, leedvermaak, herkenning, zelfspot, omdraaien, tegenstrijdigheid, overdrijven, vergelijken, woordhumor, sarcasme/ cynisme.

En hoe kan je dit dan doen…..
Oefenen, trainen: doen!
En als je dit niet direct bij een klant of op straat durft te doen….. begin bij een veilige leeromgeving.
Mijn kinderen zijn heerlijk oefenmateriaal wat dit betreft.  Wordt vast een jeugdtrauma…. Hoe we humor oefenen met elkaar?

We zoeken naar grappige filmpjes op youtube en spelen die dan na. Koen is een geweldige mr. Bean-imitator (overdrijven)
Axel wilde een tijd niet voorgelezen worden, maar grapjes maken voor t slapen gaan (hij was toen 7 jaar).
We bedachten samen raadsels zoals: het is lekker en staat in de wei…. een grasfrietje (woordhumor)
Beide jongens lopen bij de orthodontist, maar Axel is toch echt,echt, echt de allerzieligste (van vergelijken naar spot naar zelfspot).
We geven elkaar bijnamen voor bepaald gedrag. Kleine druppel = Ax kletst enorm veel en heeft altijd het laatste woord. Mamma-Oe = als ik schrik of iets onhandigs doe -gebeurt vaak- roep ik ‘Oe’! (letterlijk nemen, bijnamen)

Enzovoort. Het leven is een feest, maar je moet zelf de slingers ophangen, dat soort dingen.

* Humor-kun-de-leren…. p.s. dit zeg je op zijn Brabants. Met een opgeplakte snor….. ook dat – of een rode neus- creëert plezier!

30 september 2014
by Ink
Reacties uitgeschakeld voor 5 tips om je plezier-spier te trainen.

5 tips om je plezier-spier te trainen.

Maak plezier: kietel jezelf.

Maak plezier: kietel jezelf.

       
Paradox: je kunt jezelf niet kietelen…Okee, dat is waar.
Echter: je kunt jezelf wel in de ‘plezier-modus’ zetten.
Mijn stelling is dat dit in werk,  en zeker in ‘ons’ werk = coaching, hard nodig is .

Je klant zal geen plezier mee brengen, maar gewicht  (igheid).
Het gesprek gaat namelijk over wat hem of haar persoonlijk raakt.

We spreken over falen, verdriet, verwerken en – verplicht- veranderen.
Dat ligt gevoelig en doet veel of een beetje pijn.
Serieuze Zaken dus.
Je zou er somber van worden. Voor je het weet zak je met elkaar de zwaarte in.

Niet doen!

Wat is jouw intentie, coach? Waarvoor doe je dit werk?
Jij wilt de klant grofweg uit zijn beperkte denken halen.
Laten zien wat er nog meer mogelijk is, uit zijn ‘groef’ en comfortzone laten stappen.

Je wilt hem of haar meer bewegingsvrijheid, meer speelruimte bieden.
Ruimte voor relativering, realiteitszin en ‘wat nog meer mogelijk is’.
Dit doe je door alle zintuigen aan te spreken.

Dat doe je door allereerst zelf in de goede ‘modus’ te staan.
Je zet het rationele even uit en gaat plezier maken.

Dat gaat niet vanzelf:  haha, plezier maken verdient oefening.
Zeker in deze werksetting.

wiebel met je tenen

wiebel met je tenen

   Hoe?

Ik heb een 5tal tips voor je .
Deze komen uit de lachyoga .


Energizers om jezelf  in de plezier-modus te zetten voor je
in gesprek gaat
:
  • Wiebel met je tenen wanneer je serieus dreigt te worden.
    Stamp met je voeten.  Schud je billen. Je voelt je lijf weer.
    En zet het beperkte rationele, het denken uit.
  • Klem een potlood tussen je tanden terwijl je op je computer werkt.
    Je lichaam herkent de mondstand als lach en maakt endorfine aan (ook bekend als het happy hormoon).
  • Zet een liedje op en zing mee. Playbacken is ook erg leuk, mimiek mag erbij. Geen zin in zingen? Klap mee. Doe een dansje. Enzovoort.
  • Op social media barst het van de leuke filmpjes/groepen en sites.
    Twitter, Facebook , Instagram e.d. bieden je een dagelijkse portie (glim)lachen.
    Lekker. Zien lachen doet lachen. Dat is voor iedereen en alle leeftijden, zoals in Laughs.
  • Lach vanuit het niets. Om niets. Dat doe je door: ‘hahahaha’ te zeggen. Hardop met variatie in klank, volume en duur minstens 1 minuut.

Belachelijk?
Nou, dan heb je daar toch even plezier om!
Onzin?
Nee.
Het werkt namelijk. 🙂 Voel maar

Probeer het uit ,benut je zintuigen en train je plezier-spier 3x per dag.
Je wordt een blijer mens.
Je krijgt rimpels op de juiste plaats.
Je maakt je klant blij en vrij.
Laat hem ook een Serious Work Out doen, waarbij je alle zintuigen gebruikt.

Meer weten over trainen met al je zintuigen?
Kom naar http://www.bewezeneffect.nl/breinvriendelijk-trainen/

Ik verzorg op 9 mei hier de training over Humor & Drama.
Je bent welkom!

 

9 juli 2014
by Ink
Reacties uitgeschakeld voor Het maakt geen bal uit.

Het maakt geen bal uit.

Is dit de goede bal?

Is dit de goede bal?

Welke je gooit
En wat je speelt.
Als je het spel maar aangaat als trainer/coach!

Deze week had ik een begeleidingsgesprek met een coach-in-opleiding.
Zij leert ten strengste eigen input te vermijden.
Want ‘het moet immers uit de klant zelf komen’.

Met dit laatste ben ik het eens: ik ben er om de klant zichzelf te laten versterken.

Dat je daarvoor als coach niets mag inbrengen vind ik totale onzin.
Waarom zou je dit niet doen?
Bang dat je de coachee… verwart -verrast – iets verkeerds in handen geeft – de controle uit handen neemt etc?
Allemaal angst voor en miskenning van de klant.

De klant bepaalt namelijk geheel zelf wat relevant is.
Dit geeft mij de vrijheid om alles in te brengen wat in me opkomt.
Verschillende ballen te gooien.
Associatief, rationeel, fysiek, verbaal.
Vanuit de wetenschap en het vertrouwen dat de klant op pakt wat voor hem/haar -goed- is.

Door wel iets in te brengen zet ik iemand op een spoor.
Een pad waar de ander zws niet was gekomen zonder deze ‘wegwijzer’.
Vanuit de ervaring ontstaat de lering.
En is het niet passend: ‘hee, zeg maar wat je wel … wilt/ ziet/ ervaart/ nodig hebt.’
Dat geeft ook duidelijkheid.

Ik voel me  dus geheel vrij de klant verschillende ballen toe te gooien.
Het maakt immers geen bal uit of het de goede is…..
Coach, play ball!

Blije ballen

Blije ballen

 

 

 

 

Even letterlijk een praktische toepassing hiervan.
 = Gooi de goede bal =

Kringoefening bij een training.
Doelen: Leer de namen kennen, laat fouten ontstaan, samen plezier hebben.
Je hebt 1 groene bal: deze gooi je naar een ander terwijl je jouw eigen naam noemt.
Je hebt 1 blauwe bal: deze gooi je naar een ander terwijl je diens naam noemt.

Heerlijk de verwarring en het plezier dat ontstaat.
En ja: de deelnemers leren hier ook van.

Wil je leren spelen? Spelend leren?
Op 10 september verzorgt Edwin van Koeverden de LAB-workshop ‘the SMART of Impro’.

En vanaf 17 september kan je je lef, daadkracht en creativiteit verhogen met de Masterclass Provocatief begeleiden.

 

 

 

 

 

2 juni 2014
by Ink
Reacties uitgeschakeld voor Goed fout.

Goed fout.

loesje jezelf
Er zijn ca 55.000 zelfstandige trainers in Nl.
Die allemaal vanuit professionaliteit en passie hun werk doen.

Hoe val jij op? Hoe steek je er boven uit? Hoe zorg je dat de opdrachtgever jou kiest?

Ik denk hierover na omdat ik een workshop ga verzorgen op het trainersevent
Een ‘praktisch en inspirerend event voor zelfstandig trainers die op hun eigen en unieke wijze willen trainen en ondernemen’.

Ik zoek het woord ‘uniek’ op.
Word omver geblazen door synoniemen als ‘buitengewoon, eindeloos, enorm, fameus, fantastisch’ en ‘onge-evenaard, onovertroffen en weergaloos’.
Ben ik dat? Jij?
Het roept een vlekkeloze schoonheid op, die me enigszins af schrikt.

Ik zie bij veel klanten in coaching of training dat ze zich schamen voor de vlekjes die ze hebben.
Voor de fouten die ze maken.
Dat ze zich rot voelen over wat niet lukt.  Als ze struikelen. Als ze -even- niet op kunnen staan.
Voor hetgeen wat zij ten diepste voelen (en waarin ze denken alleen te staan).
Dat moet allemaal zo snel mogelijk weg. Gerepareerd. Verbeterd.
Waarom eigenlijk?

Ik denk omdat wij succes als maatstaf voor leren nemen.

In veel traininingen leren we deelnemers gedrag & overtuigingen die succesvol zijn, te kopiëren en toe te eigenen.
We kijken naar iets of iemand en nemen over wat goed werkt (model-leren).
Rollenspel, opdrachten, oefeningen waarmee je doelen bereikt.
Inzetten op kwaliteiten, aansluiten bij potentie enzovoort.
Allemaal zaken waarvoor je de handen op elkaar krijgt.
Bravo! Hoera.
Je bent succesvol! Je bent GOED.

En daarmee ben je helemaal niet uniek meer.  En ook niet ‘eigen’.
Je doet precies wat een ander doet.

Wat doen we met die punten die niet zo positief uitpakken?
Met wat we niet waarderen?
En met datgene dat ‘onveranderbaar’ lijkt?
Dat negeren we. Dat stoppen we weg in het hokje ‘niet laten zien aan de buitenwereld’.

Bij mijzelf is dit – onder andere 🙂 – : mijn onhandigheid, mijn onzekerheid, mijn moeite om ergens in te passen.
Acties en emoties die contra productief zijn.
Of lijken te zijn.
Fouten.
FOUT.

Dat is namelijk wie ik OOK ben.
Sterker nog: dit is precies wie ik ben.

Rene Gudde, filosoof – de denker des vaderlands, zegt:
‘Als je jezelf wilt worden, moet je anderen na gaan doen. Juist daar waar je niet in slaagt, ben je helemaal jezelf’.

Kijk, daar kan ik wat mee! Haha. Uniek en eigen zijn in heel mijn wezen.
Een kwestie van GOED FOUT ZIJN dus.
blije bal

 

30 juni verzorg ik op het genoemde trainersevent  de workshop “Goed fout!”

Ieder mens wil graag capabel zijn – of ten minste zo overkomen – en doet daar zijn stinkende best voor.
In een training kan dit idee een deelnemer behoorlijk in de weg zitten.
’Als ik maar niet …’ oei – eng – pas op ….

Als trainer wil je je deelnemer juist bewegen om in alle openheid te leren: door fouten te maken en successen te boeken.
Je gunt hen het lef en het vertrouwen om er helemaal te mogen zijn, als hun unieke zelf.
Maar hoe zet je dit in werking?

In deze workshop leer je hoe:

  1. je ontspannen om kunt gaan met zaken die niet lukken – of anders gaan dan je dacht-.
  2. je plezier kunt hebben in wat je eerst als negatief waardeerde.
  3. je deelnemers verleidt om buiten het gebaande pad te treden.
  4. je op luchtige wijze met serieuze leerpunten aan het werk kunt gaan.

Trainersevent 2014

Aanmelden voor deze – en nog 2 andere – leerzame workshops doe je hier:
aanmelden voor het trainersevent.